Voor hetzelfde geld

Dit stukje gaat over geld. En waar ik het volgende eerst als een ps schreef, lijkt het me veel beter daar alvast mee te beginnen. Ik heb geldgebrek, maar ik heb mensen (familie) die me helpen. Ge moet u geen zorgen maken, echt niet. Het gaat louter om wat deze laatste weken psychisch met me doen.

Deze maand had ik geen eindje maand over, maar een hele maand. Een hele maand met te weinig geld. Veel te weinig geld. Dat komt niet vanzelf. Dat komt na maanden schrapen, en dingen uitstellen. Dat komt door de combinatie van geen echt vast werk te hebben, een slecht statuut als interimaris te hebben en vooral door de financiële aderlating van een thesis schrijven (sidenote: ik heb wel degelijk recht op een gedeeltelijke beurs, maar, dat dekt niet de reële kost van een tijdlang voltijds aan een thesis te schrijven). Geld geeft macht. Dat weet iedereen. In mijn eigen geval geeft geld vooral mogelijkheden. Mogelijkheden om te compenseren dat ik een jonge en alleenstaande moeder ben. Met geld betaal ik de opvang van mijn kind, de huur van ons huis, de vaste lasten ervan, kleren, therapie, de dokter, en vooral, zo lijkt het wel, een eindeloze, niet aflatende stroom van kleine, alledaagse rekeningen. Eten. Drinken. Een drankje. Een ticket voor de trein. Een ticket voor de bus. Iets drinken met vrienden. Samenleggen voor een etentje. Een geschenkje voor een verjaardag. Een koffie. Hell, de kosten blijven komen.

Maar nu ik mijn thesis heb geschreven, is het geld op. Als in: op. Totaal op. En de stress groeit elke dag. Eerlijk gezegd loop ik op mijn tandvlees nu het zaad zo zwart en droog geworden is. Want geld toont ook wie ik ben. Heb ik geen geld, dan heb ik allerlei dingen niet in orde gemaakt. Heb ik geen geld, dan kan ik geen babysit meer vragen en niets meer gaan drinken met vrienden. Heb ik geen geld, dan word ik ook een beetje bitter. Hoe is het mogelijk dat ik zoveel percent van mijn inkomen uit moet geven aan huur, aan vaste lasten, aan kosten die totaal buiten verhouding staan, eigenlijk? Heb ik geen geld, dan word ik machteloos, en verschrompel ik in elkaar. Ik besta in deze complexe maatschappij tenslotte bij de gratie van mijn inkomen, van mijn vermogen de rekeningen te betalen. Let op: ook bij andere dingen, bij veel andere dingen, maar de basis is dat ik mijn rekeningen kan betalen. Lukt dat niet, dan stopt het allemaal vrij snel, dit relatief comfortabele en onafhankelijke leven.

Ergens in mijn brein heeft zich een vrij serieuze pavlovreactie genesteld. Echt vreemd is dat niet. Eerst zag ik als kind van vrij nabij hoe geldtekort volwassenen doet verstenen, en hen tien jaar later nog altijd panisch kan doen zijn in het aanleggen van hun voorraad reserve. Daarna had ik zelf geldtekort, en ik werd niet toevallig in die periode zwanger en nog minder toevallig kon ik die periode geen meter voor me uit kijken en mijn leven in handen nemen.

Ik voel me als een gebouw dat is blootgesteld aan te veel wind en geen stevige muren heeft. Is het windstil, dan gaat alles goed, en dan is het lekker warm en soezerig, misschien zelfs meer dan bij geïsoleerde en dikke huizen. Maar bij het eerste briesje word ik omver geblazen. De afgelopen weken kwam zo’n beetje alles aan bod, hoe gecondenseerd ook. Op mijn werk waren er een paar problemen. Met mijn zoon ook, en in het gesprek daarover voelde ik me meer een kind dat op zijn plaats gezet wordt dan een volwassene die respect oproept omdat ze de moeder van een peuter is. Pas op: ik zeg niét dat er ook objectieve redenen waren om me zo te voelen. Eigenlijk echt niet. Ik zie alleen dat de kleinste verandering in negatieve zin me op mijn grondvesten kan doen daveren.

Dat is overigens ook de reden waarom ik instinctief het buitenlandplan niet eens vorm gegeven heb. Het is soms zo frustrerend, omdat er twee kanten in me zitten die allebei aandacht nodig hebben. Ik wil dingen doen, mezelf ontwikkelen, uitproberen en experimenteren. En tegelijk word ik – realiseer ik me terwijl ik dit schrijf – al een decennium of langer, een heel leven en ik denk dat ik niet overdrijf – tegenhouden door de behoefte, de dwingende noodzaak aan rust, aan stabiliteit en aan voorspelbaarheid. Eerst door die van mijn ouders. Daarna, nog erger want wraakroepender, door die van mezelf. Ik vermoed dat dat terugvallen op de basis, bij voorkeur nadat er één armzalig treetje even instortte, heel even maar, helaas de manier is waarop een zware depressie herstelt. Traag, traag, en vooral verduiveld kwetsbaar. En tijd verliezen, oh tijd, vanuit een bepaald perspectief bekeken. Inzichten over uzelf en alles wat ge wilt, maar vanuit een andere hoek zie ik ook iemand die haar twintigerjaren aan de kant moet zetten om voor zichzelf en een kind te zorgen, of iemand die blijft hangen in de fase van ‘ik doe alles even voorlopig, want eigenlijk heb ik geen idee wat ik wil doen’.

Zei ik al eens hoe vaak ik eraan moet denken hoe kwetsbaar mensen zijn, niet alleen kinderen, maar hoe de kwetsbaarheid van volwassenen me zelfs nog meer raakt, ontroert én bang maakt?

 

 

 

 

 

In puntjes

  • sorry dat ik zo weinig reageer. Ik lees nochtans heel graag alle reacties. Ik ontdek ook zo’n toffe blogs sinds ik hier schrijf, en ik voel me zelfs een beetje verbonden met wie zo lief en zo vaak trouw reageert (Kathleen, Anna, Prinses en nog zo meer vrouwen die mijn beeld van sterke en leuke vrouwen echt versterken). Ik schrijf altijd zonder verwachtingen, daarom vind ik het zo leuk, maar het is wel heel erg fijn dat ik reacties krijg én dat die stuk voor stuk lief zijn.
  • ik voel me de laatste dagen weer erg verdrietig omdat ik alleen ben. Deze stad, bedacht ik vandaag moedeloos, staat toch echt wel symbool voor veel eenzaamheid, voor veel geworstel, voor veel vragen en weinig antwoorden. Ik wil zo graag verder. Dat ik een kind heb, blijft me elke keer weer opspelen. Denk ik dan. Ik heb zo ontzettend het gevoel vast te zitten in een vicieuze cirkel.
  • Ik weet het allemaal niet zo goed. Te weinig geld. Te weinig liefde. Te weinig duidelijke toekomstplannen. Te weinig zorg voor mijn uiterlijk. Te weinig zelfwaarde. Nog altijd te veel Jonge Man in mijn gedachten.
  • Ik ben een beetje moedeloos (ook al passeert dat wel, enz.)

Mededelingen

Eerste mededeling: ik ben afgestudeerd met een heel goed resultaat. Het is een dag om te vieren, maar het moet nog tot me doordringen. Het is een eindresultaat dat toont wat ik al jaren diep in mezelf vermoedde – dat ik echt graag bezig ben met literatuur en met taal – maar dat nooit tot uiting kwam in punten en resultaten. Of eigenlijk ook weer wel, maar ik zag alleen de slechtere resultaten. Toch blijf ik denken dat het allemaal maar wat gelukkig toeval is. Ik moet eraan wennen.

Verder ben ik een raadsel. Langs de ene kant ben ik mijn hele volwassen leven nog nooit zo weinig bezig geweest met seks en sexyheid als het laatste – wel, veel tijd. Langs de andere kant ben ik de laatste tijd bijzonder in mijn nopjes met mezelf en kan ik denken: zie me hier nu staan: 25 en een kind en ik ga nog uit – kennelijk een ware prestatie nu andere mensen rond mij kinderen beginnen te krijgen. Ik heb nog alle kansen om de man van mijn leven tegen te komen, de hoogste berg te beklimmen, mijn stijl te vinden en ik heb al een kind. En ik ben nog mezelf. Dan voel ik me badass cool, en zelfs sexy. Vruchtbaarheid en alles, daar heeft het volgens mij mee te maken. En sociale status? In gesprekken val ik nog steeds terug op een blik met naar de grond gerichte ogen en een té luchtig lachje als mensen opmerken dat ik wel jong moeder werd (NO SHIT SHERLOCK!). Maar ik denk dat dat tussen dit en een jaar gaat omslaan. Ik heb geen haast.

Ten derde ging ik op date, maar dat werd niets. Ik vermoed dat het nu wel weer lang stil zal zijn. Ik weet niet zo goed wat ik daarvan vind: ik ben noch onverdeeld blij noch onverdeeld verdrietig. Misschien vind ik single zijn wel leuk op dit moment, misschien ook niet.

Ten vierde ben ik bezig in een boek dat me enorm veel plezier geeft, misschien schrijf ik er nog over, Portret van een dame van Henry James. Ken je dat, zo’n boek waarbij je verrukt vaststelt dat er nog tweehonderd bladzijden in het verschiet liggen en je expres heel traag leest? Zo’n boek. Lang geleden dat ik iets zo leuk vond, en het duurde ook even voor ik erin kwam, maar heerlijk. Aa. Boeken.

 

 

 

 

 

Ik ben zo moe

telkens ik langer dan een half uur door moet brengen met mijn vader. Deze keer was het zeker zes keer een half uur, dus tel uit je winst.

Ik vind dat ik tot en met de universiteit veel te weinig erkenning gekregen heb voor het onmogelijke karakter van mijn vader. Er zit iets vernietigends in het effect dat hij op anderen heeft. Is mijn vader aan het woord – en dat is eigenlijk altijd – dan zegt niemand iets. Is iemand de honderdste mop beu over bier, over vrouwen of over stoer zijn, dan zegt hij dat je niet tegen humor kan. Kom je een namiddag, moet je blijven slapen. Blijf je slapen, dan moet je het weekend erna terugkomen. De aandacht die hij opeist, en de totale onmogelijkheid om rekening te houden met anderen, of om zijn volwassen kinderen te erkennen als volwassenen die eigen keuzes maken en eigen leven hebben, met privacy en vrienden waar hij buiten staat – dat doet me fel denken aan mijn zoon. Beiden kunnen ze hun beurt niet afwachten om te spreken. Beiden vragen ze nooit hoe het gaat. Beiden wachten ze tot iedereen lacht met hun mopje, en anders herhalen ze het wel.

Het grote verschil is dat hij mijn vader is. En dat ik heel afhankelijk geweest van hem, een positie die ik nog altijd deels en automatisch inneem.

Zelf denk ik dat mijn vader de grootste reden is waarom ik heel snel toegeef aan eisende mensen, mensen die mij in de verdrukking zetten, mensen die aan hun eigen plezier en genot denken. Ik denk ook dat ik noch bij mijn vader noch bij de manier waarop ik zwanger geworden ben, vlakaf kan zeggen dat ik niet gezien ben. Nog steeds denk ik: dat is mijn versie van de feiten. En ook: het was niet zwart en niet wit. Ik was gewoon niet in staat me te verweren. niet toen ik zwanger werd, en niet deze namiddag toen ik uren vroeger doorwilde.

Maar in theorie had het gekund.

 

Over hoe ik geen smartphone heb en toch te veel tijd op internet doorbreng. En over hoe ik een goede slaper ben en toch elke week te moe eindig.

Ik heb een probleem. En ik wil eigenlijk best wel graag tips horen, als iemand die heeft. Het zit zo. Ik heb geen smartphone. Ik heb dus (uiteraard) geen internet op mijn gsm staan. Dat ik al een gsm heb, is heel lang een no-no geweest, maar goed, daar heb ik me nu overheen gezet. Ik heb ook geen tablet. Ook geen e-reader. Ik heb wel een Facebook-account, en dat gebruik ook wel, maar daar is geen probleem mee.

Internet

Ik ben dus amper verbonden op een manier zoals tegenwoordig de standaard is voor velen. Maar. Maar toch heb ik een soort van internetverslaving. Vooruit, geen soort. Als de definitie van verslaving is dat ik het meer doe dan ik rationeel zou willen, dat het ervoor zorgt dat ik elke dag dingen mis en zo laat omdat ik op mijn computer zit, dan heb ik een verslaving. Volgens mij komt het omdat ik ’s avonds alleen ben. Dat vind ik niet eens zo erg, en zelfs ontspannend en leuk. Maar het resultaat is wél dat ik ’s avonds elke avond uren verlies door rond te klikken op internet. Terwijl ik eigenlijk OOK heel andere dingen wil doen: opruimen, ontrommelen, rusten (ik slaap veel te weinig, zal wel nooit een ochtendtype worden, maar dit gaat er zwaar over), lezen. In een boek. Weg van internet.

Comfort (het is bijna zo goed als troostvoedsel!)

Dat ik het opschrijf, leesbaar voor in principe iedereen, is al een stap. Want het ding is: ik wil er echt iets aan doen. Dit is niet meer leuk. Ik wil meer rust: fysiek en letterlijk, maar ook in huis en in mijn hoofd. Het hoeft niet perfect te zijn, en ik mag heus wel tijd verdoen. Maar ik zou graag een modus bereiken waarin ikzelf kies hoe en wanneer ik die tijd verdoe. Iets anders is namelijk de kwaliteit van die interneturen, en die is slecht. Eigenlijk zou ik liever series zien, of nog beter: een kwalitatieve film. Maar dan zou ik me eenzaam voelen. En daar zit de crux: veel internet geeft me een comfortabel gevoel, van én alleen en opgeladen te zijn, en rustig te kunnen zijn, én toch contact te leggen, in de vorm van blogs, van artikels, van doorklikken.

Plan

Mijn plan voor september is méér doen overdag – schrijf ik overdag, terwijl ik net nu tijd heb om te werken en te organiseren – en ’s avonds rust te nemen. Want ik ben er bijna zeker van dat ik paradoxaal minder op internet zal zitten als het eigenlijk wél kan, als ik geen verplichtingen meer heb. Internet is ook de speeltuin waarin ik wegloop als er nog werk is. Mijn tweede plan is heel veel tijd te voorzien voor ’s avonds te gaan slapen. Stoer zeg ik nu: want slaappatronen veranderen neemt veel tijd in beslag. Eerlijk? Ik ben sinds ik zestien ben volgens mij zelden voor één uur gaan slapen. Volgens mij ook al niet meer in mijn middelbaar. Ik ben gewend aan een patroon van laat slapen en ook laat opstaan. Of een paar dagen vroeg opstaan, maar dan weer bijslapen. Ik vind het leven tussen tien en één, of later (veel later!) dan ook bijzonder aangenaam. Ik hou van de avondlijke staat van zijn, ik hou ook best van de versie die ik dan ben, en als ik echt eerlijk ben, ben ik bang om saai te zijn, mezelf saai te vinden als ik om elf uur zou gaan slapen. Dan ben ik ook helemaal niet moe. Maar. Ik hou ook enorm veel van mijn bed, van slapen, van nietsdoen en gewoon rusten en denken en langzaam zware slaap te voelen. Heerlijk. O. Maar het huidige patroon is niet oké. Ik wil rust in mijn hoofd, rust in huis, rust met de spullen die ik heb. Sinds mijn thesis af is, kom ik maar niet toe aan de praktische dingen, zucht ik tegen mensen. De hele waarheid is nog vervelender: sinds mijn thesis af is, zit ik weer in het patroon van ervoor: ik stel enorm veel uit, heb overal bibboetes, moet administratie doen, laat de afwas staan, wacht met de was tot de laatste onderbroek erdoor is, waarop ik verwonderd vaststel dat de kast leeg is, en ik schiet wel in actie, maar steevast op een weekavond om half tien.

Dus ja, ik heb best wel een probleem. Ik schiet mezelf best wel stevig in de voet, meer ook dan gewoon menselijk is en ’s avonds moe zijn. Ik saboteer echt wel bepaalde kansen voor mezelf en het kost me ook behoorlijk wat geld (boetes, om maar iets te zeggen). De sleutel tot verandering, voel ik instinctief, is minder internet, meer slaap, meer daadkracht overdag. Dingen die me zwaar vallen, want ik voel even instinctief aan dat het internet, en het late slaapgedrag, er ook voor zorgen dat ik een aantal dingen comfortabeler maak voor mezelf. September tot the better change?

En jullie? Wat mag anders in september, en welke stappen zijn nodig? Hoe zijn jullie met internet? En met slaap? Ik weet dat sommige lezers slecht slapen, veel te weinig krijgen, dus het ‘spijt’ me dat ik én een goede slaper ben én alle kansen heb om genoeg te slapen. Ik bedoel: ik heb echt wel een luxeprobleem, in die zin dat ik het mezelf aandoe. Maar goed, dat is dan ook het probleem, dat het niet zou hoeven, en ik het toch doe.

 

 

Inzichtje

Wat ik dacht op mijn 22ste, op mijn 23ste, op mijn 24ste en misschien zelfs nog op mijn 25ste:

dit is zo zo zo zo zo (x oneindig veel meer keer) moeilijk. Ik ben voor altijd, voor altijd verloren. Ik ga mezelf nooit meer terug vinden. Ik heb mijn jeugd weggegooid. Ik was hier zo ontzettend niet klaar voor. Ik ben zo naïef geweest, en ik heb mezelf zo’n ontzettende ellende op de hals gehaald, wat was ik hoogmoedig.

Wat ik deze zomer, op niet nader genoemde momenten dacht:

Het is misschien niet zo dat alle vrouwen (en mannen??) de kluts totaal kwijt raken als ze een kind krijgen. Het is wél zo dat dat bij vrouwen van alle leeftijden en in alle fases gebeurt. Kijk naar wat Lilith schrijft. Kijk naar de blog van Le coeur à marée basse. Ge kunt het niet voorspellen. In mijn geval kon ge het wel voorspellen, maar bon. Wat ik bedoel is iets als dit: ik was zo opgesloten in mezelf, zo ontzettend beschaamd dat dit mij overkomen was, dat ik jong en ongewenst en ongepland moeder werd, ik voelde me zo dom, dat ik het gewoon niet kon opbrengen mezelf als moeder te zien, en me te durven vergelijken met andere moeders en hun ervaringen. Ergens deze zomer, mogelijk tijdens een afwassessie, mogelijk gisteren, dacht ik: maar Kleine Atlas. Als zelfs (sommige) vrouwen die hun kind gepland hadden, die zich in een stabiele situatie bevonden, die zichzelf al vrij goed kenden – als zelfs die vrouwen zich zo ontzettend rot voelden, en zo bang waren nooit meer zichzelf te kunnen zijn, nooit meer sexy, alleen op de toilet, dingetjes doen die u bepalen… hoe zwaar moet dat dan voor u wel niet geweest zijn? Dat dacht ik niet uit zelfmedelijden, maar wél in een eerlijk mededogen met mezelf.

MIJN THERAPIE WERPT VRUCHTEN AF, MENSEN.

 

<3 veel kinderen

Er zit een paradox in mij. Ik hou niet van kinderen. Maar ik kom zelf uit een grote familie en daar ben ik elk jaar dat ik ouder ben blijer mee.

Ik heb de luxe zowel broers als zussen te hebben om mee te vergelijken, om klankborden te hebben, om dingen en woorden en ideeën op uit te testen. Om verschillen te zien bij hen op wie ik lijk en gelijkenissen bij hen die zo anders zijn dan ik.

Op dit moment in mijn leven ben ik misschien nog het meest blij met mijn broers. Man, wat een zaligheid die twee kerels bezig te zien. Met een vader die er niets van bakte (als 25-jarige durf ik dat eindelijk te denken, zeggen zal er wel nooit van komen, maar beter zo) en met vriendjes met wie ik er tot nu toe niet veel van bakte, leer ik elke keer bij als ik ze zie. Hoe mannen zijn. Wat jongens belangrijk vinden. Wat ik belangrijk vind in jongens.

Mijn broers en ik, wij zijn allemaal heel andere mensen. Maar ook niet zo anders dat mensen niet kunnen geloven dat wij geen verleden en waarden delen. Ik, de oudste, heb diepe sporen nagelaten: we hebben alle drie een werkethos (ook al ben ik erg passief) en we hebben alle drie een stevige afkeer van kapitalistische uitwassen. Nu ik moeder ben en terug omhoog krabbel van een wel heel erg moeilijke periode laat ik me beïnvloeden door hen, en met alle plezier.

Mijn broers hebben een geweldig gevoel voor humor. Totaal anders (de ene zwaar op de hand, de andere dan weer van alles een mop makend). Soms denk ik: geef me dat in een man, als er één ding is dat ik moet kiezen, laat het dan dat zijn: een stem in het donker die lacht en alles lichter maakt en die me eraan herinnert hoe absurd en grappig en tot falen gedoemd het hele leven is, alle pogingen die wij ondernemen er iets van te maken en die we zelf zo ernstig nemen.

Zelden zal ik van mezelf zeggen zélf dat ontroerend mooie maar vooral levende gevoel voor humor te bezitten, en toch lach ik zelf zo ontzettend graag mee, hoor ik zo graag grapjes, fijne, subtiele humor.

Het gesprek met die ene broer maakt weer veel goed: het knagende gevoel van verdriet dat Jonge Man me negeert, terwijl het voor mij belangrijk is dat… hij dag zegt? me aankijkt? Me (ik ben te eerlijk, misschien) het gevoel zélf ook enigszins te lijden onder zijn besluiten, onze breuk, een mogelijke toekomst aan diggelen.

 

 

De diepere intussen

De liefde

Vanavond ga ik naar een feestje waar Jonge Man ook zal zijn. Dat vind ik zo vervelend (dit is een understatement) – dat hij nog steeds zo dicht onder de oppervlakte zit. Nu heeft Eddie me echt, zonder zottigheid, veel geleerd, en ben ik hard bezig een ommekeer te maken, maar mijn tactiek daarbij is dan ook wel geen contact te zoeken. Alleen al het idee hem ergens te zien, brengt me uit evenwicht. Rot. Eddie zegt dat je je aan een script moet houden als je je ex toch ziet. Ik weet nu al bijna zeker dat we niet zullen praten, maar… Neen, neen. Ik merk door dit te schrijven dat ik nog steeds HEM het initiatief laat nemen.

Oké, dat moet even anders. Kleine Atlas: heb jij zin te praten met hem. Neen. Wel zin om hem te horen zeggen dat ik de liefde van zijn leven ben, maar WAAROM EIGENLIJK? Als ik echt echt eerlijk ben, dan denk ik dat ik een heel stuk verder sta dan hem qua persoonlijke ontwikkeling en zelfkennis. Precies de eigenschappen die ik bij ieder ander zo belangrijk vind, maar hem onterecht zie. Neen, neen, nog veel basaler. Hij wil mijn kind niet. Ik was niet écht gelukkig toen we samen waren. Ik dacht van wel, maar wat er gebeurde was dat ik als persoon ontwikkelde door samen te zijn met iemand. Dat zegt meer over mij dan over hem, dan over hem en mij.

Maar damn, ik vind deze jongen nog steeds leuk, met zijn intense blik, met zijn  – met wat, met wat? Ik sta hier letterlijk met mijn handen in het haar, want ik zie twee zijdes in mezelf. De ene kant die zegt: deze jongen is blijven stilstaan, terwijl jij bent gegroeid. Je vindt geen van zijn vrienden lief, authentiek of oprecht. Jij hebt een kind en vooral: durft daar kwetsbaar in te zijn, een houding waar hij zich absoluut geen raad mee weet. Hij heeft jou kwaad gedaan, ook al, zoals mijn therapeut dan weer zegt, was dat misschien niet met opzet. Evengoed is het gebeurd, jarenlang zelfs. Hij heeft nooit écht de verantwoordelijkheid voor die fouten opgenomen, en misschien nog erger: doet anderzijds wél alsof hij dat wél gedaan heeft. Je dacht dat je met deze jongen jezelf kan zijn, dat jullie allebei belang hechtten aan groeien, aan authenticiteit, aan ontdekken. En misschien is dat ook wel zo, maar zo was het niet, niet sinds ik zwanger werd en dat is HEEL LANG geleden.

Mijn andere kant is duidelijk nog niet zover. Mijn andere kant wil gewoon graag een happy end, en wil die intense en interessante jongen terug die hij ooit was, en waarvan hij nog steeds de glimpen in zich draagt.

Die andere kant wil ook graag én zichzelf blijven vernieuwen én eindelijk eens vinden waar ik nu echt naartoe wil, qua leven en qua job en qua wonen en qua – alles? Ik vind deze fase, van zoeken en maar wat proberen, niet leuk en veel te confronterend.

Kind

Toen ik de vacature in het buitenland zag, kreeg ik een golf energie en die maakte me ook veel liever en tegelijk vastbeslotener tegen mijn kind. Alles ging miezoetgoed.

De laatste dagen twijfel en weifel ik weer veel meer, en – o voorspelbaar – het resultaat is dat we beiden weer botsen en boksen met elkaar. Hij irriteert me: met zijn kinderachtige gedrag, met zijn nood aan aandacht, met de manier waarop hij  – hoe onredelijk!! – niet METEEN en ONMIDDELLIJK naar mij luistert als ik iets zegt (ik meen dit uiteraard niet, dat dat onredelijk is van ‘m). Mijn slechtste kant moet ik onderdrukken: hem op zijn plaats te zetten, te EISEN dat hij MIJ gehoorzaamt, zonder denken, zonder zichzelf in rekening te brengen, alleen omdat IK het zeg.

Hij van zijn kant is druk, druk, druk, zoals altijd wanneer hij zich nét niet goed in zijn vel voelt. Dit kind gaat niet overdreven veel huilen, gaat ook niet hangen, maar wordt wild en stout en onberekenbaar. Het is een bom van energie, maar geen energie die leidt tot creativiteit, tot plannen, tot besmetting. Neen, deze energie heeft iets destructief in zich, en van alle mensen die ik ken en met hem zie omgaan, ben ik, zijn moeder, diegene die er het slechtst mee om kan gaan. Dat neem ik mezelf niet kwalijk trouwens, ik vind dat de rest het gewoon niet goed herkent en hem op die momenten te weinig leiding geeft. (Ja, zo’n moeder ben ik, merk ik, ik heb altijd gelijk) (niet altijd. Wel hierover)

Wat kinderen u leren

De laatste tijd denk ik daar veel over na. Wat dingen die ik dacht:

(1) Liefde gaat niet vanzelf

Inklopper, anyone? Wat ik bedoel, is iets als dit. Mijn peuter is nu drie jaar. Hij is slim en soms wild en best wel koppig. Hij heeft iets destructief in zich, en nog wel wat andere kanten die ik soms bijna vies vind. Die net iets te dicht komen. Doet het me aan mezelf denken? Dat is best mogelijk – ook ik heb iets destructief in me. Bij mij slaat dat naar binnen, bij hem, heb ik de indruk, naar buiten. Hij stinkt soms. Hij wordt een echte mens, anders gezegd. Het schattige gaat er langzaam van af. Hij is niet langer zo kwetsbaar als heel jonge kinderen zijn, wat dan weer bescherming oproept. Zijn bestaan werd ergens deze zomer gewoner, voor het uiterlijke oog, maar misschien ook voor mezelf. En met die gewoonheid werd de liefde ook anders, minder gewoon, dieper, vast, maar ook moeilijker. Ik denk niet dat ik daar de enige in ben – verwachten we niet allemaal meer van kinderen die langzaam kleuter worden, en de bijbehorende irritatie als ze dat weigeren, maar het wel begrijpen? Dat soort dingen. Liefde gaat, maar niet vanzelf.

(2) Ik neem meer initiatief

Ze zeggen dat kinderen vooral bij de vader gezag zoeken. Dat mannen heel vaak meer autoriteit hebben. Mijn therapeut zei ook eens: als de taken niet verdeeld kunnen worden, ontwikkel je zelf kanten in jezelf die je instinctief misschien niet zo aan bod zou laten komen. Dat is pas een visie waar je als alleenstaande ouder wat mee kan! Het is niet alleen kommer en kwel, je leert jezelf ook ongelooflijk goed kennen. Ik ontwikkeld inderdaad steeds meer vastberadenheid bij mijn koppige en slimme kind (ik zeg het maar, jullie kennen ons toch niet – het kind IS slim, veel slimmer dan ik had gedacht en dan ik hem als baby heb behandeld). Ik ken niemand in mijn omgeving die dat ook doet met hem, zou dat komen omdat je zoiets alleen voor je kind doet? Op testen op het soort ouder dat ik ben, scoor ik als de autoritaire ouder. Zo beschouw ik mezelf nochtans niet. Van nature ben ik de inconsequente ouder. Maar dit kind leert me leiding nodig te hebben, of hij neemt ze zelf. En neen, zijn driejarige inzicht doet ons beiden geen deugd.

Wordt vervolgd.

 

Ondertussen

Thesis

Ik deed mijn thesis binnen (!).

Ook ontdekte ik al de eerste fouten.

Geld

Ik heb voor de tweede keer geleend bij mijn ouders. Zij vinden dat niet erg, ik wel. Ik krijg wel veel geld terug van de belastingen, dus het is niet zo dat ik ga moeten afbetalen, maar het stoort me wel.

Ik ontdekte ook dat het paar dagen werken als student me veel gaat kosten: ik kan nu natuurlijk (of wel??) geen aanspraak maken op mijn sociaal statuut, dat ik nochtans wel heb – lees: ik kan geen werkloosheidsuitkering aanvragen. Terwijl ik wel superveel bezig ben met vacatures zoeken.

In tussentijd neem ik dus maar zoveel mogelijk werk aan bij mijn vorige job. Het is niet genoeg, maar ja.

Plan

Qua sollicitaties heb ik geen écht idee waar ik heen wil, laat staan kan. Ik weet niet eens duidelijk of ik niet verder wil studeren. Ik wacht dus op mijn resultaat, hoewel dat ook erg dubbel is, dat wachten – wat als het niet zo goed is als ik hoop? (Vind ik het zelf wel zo goed, eigenlijk??). Maar ik zit toch ook wel wat vast, terwijl de interessante functies net nu, aan de start van het nieuwe jaar, vrij komen. Ik solliciteerde al op een functie die net iets beter is qua arbeidsvoorwaarden (denk ik toch, afgaande op de vacature) dan de huidige, maar kan, mag ik hoger mikken? De vacatures staan er wel, de gesprekken gaan door in de week dat de andere, gewonere functie begint. Aah!

Ik kom misschien over alsof een golf nieuwe energie me overspoelt. Wel. Enerzijds wel. Anderzijds helemaal niet. Alle interessante functies zijn voltijds. Dat is te veel voor mij. Dat heb ik altijd gezegd en voel ik nog altijd zo aan. Ik heb de zorg voor een kind, maar misschien nog meer de zorg voor mezelf. Ik wil eigenlijk het allerliefste verder te studeren, onafhankelijk van de resultaten van mijn thesis. Maar dat is financieel te duur. Er zijn geen studiebeurzen voor een tweede master. Wel een beurs van de universiteit. Om daar kans op te maken, moet je een dossier binnen doen, in mei. Te laat dus. Misschien volgend jaar.  Trouwens: zelfs een beurs – welke dan ook – is niet genoeg om met een kind (volgens mij ook niet zonder) te leven én alleen maar te studeren. Moet dat dan? Wel, eigenlijk wil ik dat wel. Ik merkte dat ik met mijn thesisproef pas vooruitgang maakte toen ik alleen moest studeren. En hoe dan ook moet ik mijn kind toch al genoeg plannen en op tijd ergens zijn dan wanneer ik ook én college zou volgen én zou werken én mijn kind op tijd moet brengen en halen. Toch? (Ik twijfel!!)

Er is ook nog een vacature in het buitenland. Mijn lieve vriendin, die meestal juist zit, zegt dat ik echt wel kans maak. Ik twijfel. Best wel erg. Ik wilde altijd zo graag naar het buitenland. Mijn golf energie kwam toen ik precies die vacature las. Maar nu weet ik niet of ik wel echt wil. Alleen? Met een kind? Anderzijds zegt mijn ervaring me dat ik als persoon veel tevredener ben als ik een plan op langere termijn maak. Eén jaar werken, dan weer studeren. Wat heb ik dan te verliezen? De arbeidsvoorwaarden zitten heel goed, ik kan genoeg verdienen om in het buitenland hulp te kopen. Het is een mooie ervaring voor mijn cv, dat tot nu een rommeltje is en best wel eens ergens naartoe mag gaan (zeg ik dit, de eeuwige hippie?).

 

 

 

 

 

 

 

 

Iets winnen en iets verliezen

Gisteren ben ik over straat gegaan, in een korte jurk, zonder mijn benen te scheren. Niet van twee dagen. Ook niet van twee weken. Misschien van een maand, of zo (ik heb een thesis geschreven). Het was warm, al dagen. Al dagen liep ik rond in een jeans, om maar niet toe te geven dat ik haar op mijn benen heb staan.

Ik heb al maanden geleden de foto’s gezien, van meisjes met haar op hun tanden en op hun benen. Maar het voelde niet goed. Ik wil geen statement maken. Ik wil me gewoon lekker in mijn vel voelen.

Dat deed ik niet. Ik schaamde me. Over het haar dat ik overal heb. Ik schaamde me heel erg. Ik deed niet de kleren aan waar ik me lekker in voelde. Ik vond mezelf niet mooi, niet elegant en niet vrouwelijk.

Toen gebeurden er een paar dingen. Het eerste: ik bracht een paar uur door met mijn zusje. Mijn zusje, met haar diepbruine en diepgespierde benen, waar ik al meer dan eens jaloers naar heb staan kijken. Mijn zusje die, zo merkte ik opeens op, daar gewoon haar op had staan. 1000 x bleker dan het mijne, bijna onzichtbaar, elegant eigenlijk. Ze zei achteloos: ‘dat kan me niet schelen’.

Het tweede: ik herlas een pubertrilogie. Divergent, van Veronica Roth. Ik heb ook Twilight gelezen (stukgelezen, mag ik wel zeggen, en ik vind het niet eens goed, ook toen niet) en ook de Hongerspelen (beetje sadistisch, eigenlijk). Ik heb zelfs stukjes gelezen van 50… (tja). Maar dit is anders, niet helemaal natuurlijk. Maar toen ik meteen na mijn thesis in deze vergetelheidsliteratuur dook, merkte ik dat ik de relatie tussen de hoofdfiguren bad ass goed vind. Eerlijk waar. Ik heb zo’n rolmodellen nodig. Ik hou van voorbeelden, van inspiratie, en dat mag best ook fantasie zijn. Ze binden zich aan elkaar maar ze nemen elkaar niet voor vanzelfsprekend. Esther Perel zou het niet beter kunnen uitleggen.

Zoals met populaire trilogieën is er ook een film, en zoals met populaire (en zelfs met niet-populaire) films zijn de hoofdfiguren buitenaards mooie mensen, die er echter uit moeten zien alsof ze van de buren hadden kunnen komen. Maar dat is niet per se de enige lezing van het boek. Er is ook een lezing die een heel gewoon meisje ziet met heel wat imperfecties, en met te weinig ‘exposure’ in haar jeugd aan intimiteit, en een schrik als gevolg.

Toen las ik ook dit, albeit in 7 haasten.

Ik heb te weinig exposure aan vrouwen zonder complexen, aan vrouwen die opstaan, zich aankleden en zichzelf bijzonder vinden omwille van dingen die ze hebben zonder er moeite voor te moeten doen. Weinig exposure, maar niet geen enkele. Er is mijn zusje, dat achteloos omgaat met vrouwelijkheid, die zegt dat ze gemak wil en dat ook meent. Er zijn mijn vrienden in Frankrijk. Die zich daar helemaal niet druk om maken, maar stuk voor stuk een soort rauwe persoonlijkheid uitstralen. Ongebeitste schoonheid.

Gisteren trok ik mijn jurk aan en we vertrokken. Onderweg dacht ik na. Wat ik ermee kan winnen en wat ik ermee kan verliezen. Zoals ik al zei: ik wil geen statement maken, nergens bij horen, niets uitdragen. Integendeel: ik wil mijn eigenheid vinden.

Ik zou denken: als ik mijn benen niet scheer, zal ik me schamen. Maar misschien is het – voor mij, op dit moment in mijn leven – het omgekeerde. Als ik ermee stop, zal ik me misschien terug trotser voelen, en aantrekkelijker. Omdat het niet stopt. Onderbenen, maar ook bovenbenen. Ook bikinizones. Er is overal haar.

Waar wil ik heen? Ik weet het niet zo goed (maar dit is mijn blog, dus ik mag verdwalen). Misschien wil ik het gewoon opschrijven en voor mezelf uitzoeken. Of zo.